Deze website maakt gebruikt van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Klik op "OK" om cookies te accepteren, of op "Weigeren" om de cookies te weigeren.

'Het gaat al een tijdje best wel slecht op school'
Annemarie

lees hier meer verhalen

Film online groepscursus

Film online groepscursus

Angst en paniek

Mensen met een angststoornis zijn bang. Ze proberen situaties waarvoor ze bang zijn te vermijden.

Er zijn veel verschillende angststoornissen:

  1. Iemand met een gegeneraliseerde angststoornis, voelt een zeer grote angst voor een aantal situaties of activiteiten. De angst duurt een langere periode en is moeilijk onder controle te krijgen. Hij of zij heeft bijvoorbeeld een opgejaagd gevoel, moeite met concentreren, gespannen spieren en problemen met slapen. Vaak is hij prikkelbaar en snel moe. De angst of zorg komt vaak voor en is minstens zes maanden aanwezig en hij heeft er veel last van.

  2. Mensen met een posttraumatische stress-stoornis hebben een traumatische gebeurtenis meegemaakt. Zo’n traumatische gebeurtenis geeft een gevoel van onzekerheid en kwetsbaarheid. Mensen voelen zich dan machteloos en hebben weinig vertrouwen meer in zichzelf en anderen. Vaak hebben zij een sterke angst voor of een regelmatige herbeleving van de gebeurtenis. Ze zijn erg prikkelbaar, slapen slecht, worden snel kwaad of schrikken makkelijk. Die kenmerken zijn zo ernstig dat iemand niet meer normaal kan functioneren en duren langer dan een maand.

  3. Als iemand een sociale fobie heeft, vindt hij het heel eng om samen met anderen te zijn, vooral als een prestatie van hem of haar wordt verwacht. Hij is bang om negatief te worden beoordeeld en bovendien bang voor zijn eigen reactie daarop zoals verlegenheid, blozen of trillen. Hij probeert sociale situaties die angst oproepen te ontwijken. Dat is zo sterk dat iemand niet meer normaal kan functioneren in zijn of haar dagelijks leven.

  4. Bij een specifieke fobie heeft iemand uitgesproken, aanhoudende, overdreven angst voor een specifieke situatie of voorwerp (bijvoorbeeld het zien van bloed, hoogte, een injectie krijgen, een bepaald dier). De persoon weet dat deze angst overdreven en niet logisch is, maar probeert contact met de situatie of het voorwerp te vermijden. Als er toch contact is, zal hij angstig reageren.

  5. Mensen met een paniekstoornis hebben regelmatig onverwachte paniekaanvallen. Een paniekaanval is een korte periode, waarin iemand zich zeer onprettig of angstig voelt. Iemand heeft dan veel lichamelijke klachten, bijvoorbeeld:
  • hartkloppingen of snellere hartslag 
  • zweten
  • trillen of beven 
  • gevoel van kortademigheid of benauwdheid 
  • gevoel te zullen stikken 
  • pijn of onprettig gevoel op de borst 
  • misselijkheid of buikklachten 
  • duizeligheid, ‘licht gevoel’ in het hoofd, wankel of flauw gevoel 
  • het gevoel er ‘niet helemaal meer bij te zijn’ of het gevoel dat de situatie niet echt is

Na de paniekaanval maakt de persoon zich veel zorgen over het opnieuw krijgen van een aanval, de gevolgen van een aanval en verandering in zijn gedrag. Ook gaat het gepaard met:

  • angst om de controle over zichzelf te verliezen of angst om gek te worden
  • angst om dood te gaan 
  • het idee ‘verlamd’ te zijn van angst, niet meer te kunnen bewegen

Een paniekstoornis gaat vaak samen met agorafobie. Agorafobie is angst om op een plek of in een situatie te zijn waaruit je niet kunt ontsnappen (in ieder geval niet zonder grote schaamte). Zulke plekken of situaties geven een zeer onprettig gevoel en iemand zal dat soort plekken proberen te vermijden.


sluiten